Slaappatroon

slaappatroon

Tegen het einde van het eerste levensjaar slaapt een kind aan één stuk door ’s nachts. Het is overdag wakker met nog een dutje in de voormiddag en de namiddag. Tussen de leeftijd van één en twee verdwijnt het ochtenddutje. Wanneer een kind vijf jaar oud is verdwijnt ook het middagdutje. Een driejarige heeft twaalf uur slaap nodig. Een zes-tot negenjarige tien uur. Dan vermindert de slaapbehoefte geleidelijk aan tot acht uur.


Gemiddeld voldoen de schoolkinderen aan de norm: ze slapen van 21h tot 7 uur. En net zoals bij volwassenen heeft het ene kind meer slaap nodig dan het andere.

Laat opblijven in het weekend

In het weekend langer of zelfs laat mogen op blijven is voor de meeste kinderen een droom. Maar eigenlijk is het een nachtmerrie: het verstoort het slaappatroon én maakt ze vermoeider omdat ze meestal niet veel later opstaan. Daardoor duurt het tot woensdag voor kinderen zijn bijgeslapen. Vermoeide kinderen zijn niet alleen lastiger, ze kunnen ook moeilijker leerstof opnemen, met alle gevolgen van dien.

Puberteit

Tijdens de puberteit neemt de behoefte aan slaap tijdelijk toe. Pubers zijn dikwijls moe, slapen graag uit, liggen vaak overdag op bed en sukkelen daarbij in slaap.

Deze grotere behoefte aan slaap is vermoedelijk het gevolg van de turbulente veranderingen waaraan jongeren op deze leeftijd blootstaan. Hun lichaam is in volle ontwikkeling en de school en de maatschappij stellen aanzienlijke eisen. Wat ook kan bijdragen, is het feit dat jongeren op deze leeftijd beginnen uitgaan, daarbij vaak laat thuiskomen, laat gaan slapen en uiteindelijk veel minder slapen dan voorheen. Soms kunnen of mogen ze niet uitslapen, bv. als ze naar school moeten. Daardoor kan er een slaaptekort ontstaan, wat de behoefte aan slaap nog doet toenemen.

Pubers gedragen zich doorgaans ook al zeer zelfstandig en krijgen vaak ook wat meer vrijheid. Eventuele slaapstoornissen vallen de ouders daardoor niet altijd snel op. Laat in bed blijven lezen, lang uitslapen, overdag wat dutten, enz., kunnen slaapstoornissen verdoezelen.

Door de typische heftige reacties kunnen pubers problemen anderzijds ook groter maken dan ze zijn, waardoor een nachtje slecht slapen opgeblazen kan worden tot 'ik slaap nooit goed'.

Het slaappatroon gaat doorheen de adolescentie steeds meer over in een volwassen slaappatroon. De jonge volwassene krijgt beter zicht op zijn individuele slaapbehoefte. Hij panikeert minder vlug als er al eens een nachtje wat misgaat.

Meer slaapvragen? Klik hier