tripletest

De tripletest is een bloedonderzoek bij zwangere vrouwen. In het bloed worden drie (triple) stoffen gemeten. De test geeft aan of het kind een een verhoogde kans heeft op het Down syndroom. Ook geeft de test aan hoe groot de kans is dat het kind een open ruggetje heeft.

Je partner moet minstens 15 weken zwanger zijn om het onderzoek te laten doen. Eerst krijgt ze een echo om precies te weten hoe lang ze zwanger bent. Daarna wordt wat bloed afgenomen. De uitslag van de tripletest krijgen jullie na een week.

De tripletest is een vorm van prenatale screening. De test berekent hoe groot de kans is dat uw kind een afwijking heeft. De uitslag geeft dus nog geen zekerheid.
Een kans kleiner dan 1 op 250 wordt gunstig genoemd. Ondanks een gunstige uitslag kunt u echter toch een kind met een afwijking krijgen. Andersom geldt dat ook: bij een verhoogde kans (bijvoorbeeld 1 op 100) maakt u zich misschien zorgen. Toch is de kans nog groot (99 op 100) dat u een gezond kind krijgt.

Bij oudere zwangere vrouwen voorspelt de tripletest beter dan bij jonge vrouwen. Voor vrouwen jonger dan 25 is de kans op een goede voorspelling 35%. Bij vrouwen boven de 40 is die kans 93%.

Als uit de test blijkt dat de kans op een kindje met een aandoening groter is dan 1 op 250 dan komen jullie in aanmerking voor een vruchtwaterpunctie of een uitgebreide echoscopie. Is de kans kleiner, dan kom je hiervoor niet in aanmerking.

<< terug