Tijdens een zaadlozing produceert een man gemiddeld 350 miljoen zaadcellen. Dit onafzienbare peloton bestaat uit kopmannen, knechten en waterdragers. De kopmannen (minder dan één procent) zijn geprogrammeerd om een eicel te zoeken en te bevruchten, de rest is druk in de weer met aanval (tegen eventueel ander aanwezig mannelijk zaad) en verdediging (tegen de zuurgraad van de vagina). Hun taken zijn verschillend, de structuur van de cellen is identiek.
Sperma bestaat uit eiwit, cysteïne, water, zout en zink. In landen als Iran en Egypte waar de bodem bijna geen zink meer bevat, komt het vaak voor dat de teelballen en de penis abnormaal klein blijven. Signaleer je bij jezelf witte vlekjes of streepjes op je nagels? Dat is een teken van zinkgebrek. Goede bronnen van zink zijn haringen, oesters, sardines, tarwekiemen, eieren, havermout, avocado's, amandelen en varkensvlees. Je kunt natuurlijk ook zinktabletten bij slikken. Met onder meer zuivel en vlees zorg je voor extra eiwit.
Tussen je twintigste en je dertigste is je spermaproductie op zijn hoogtepunt. Het aantal cellen is voor een succesvolle bevruchting echter van ondergeschikt belang. Aan het vaderschap wordt door de natuur immers geen grens gesteld. Het hoogst aantal kinderen dat één man ooit gekregen zou hebben, is 888. Voorwaar mannen, daar ligt een pittige uitdaging.
terug