De donor kan een bekende zijn, maar meestal is er sprake van anoniem donorschap. Iedere donor die zijn sperma via een spermabank beschikbaar stelt, wordt zorgvuldig onderzocht op ziekten en erfelijke aandoeningen.
Er worden bloedonderzoeken gedaan om uit te sluiten dat de donor overdraagbare infecties heeft. In de familie van de donor mogen geen aangeboren of erfelijke aandoeningen voorkomen.
Het zaad van de donor wordt ingevroren. Na zes maanden wordt opnieuw gekeken of de donor geen overdraagbare infecties heeft. Het HIV virus dat AIDS veroorzaakt, kan zich immers ook pas na drie tot vijf maanden openbaren in het bloed. Pas na deze tweede test mag het sperma worden gebruikt.
Het insemineren is vrij eenvoudig: Het ingevroren zaad word ontdooid en middels een injectiespuit in de baarmoedermond gespoten. Het succes van de behandeling is afhankelijk van de leeftijd van de vrouw,maar de kans op bevruchting is per inseminatie ongeveer 10%. De kosten van KID lopen per ziekenhuis sterk uiteen en het is dus verstandig om vooraf inlichtingen in te winnen.
Vroeger bleef de identiteit van de donor geheim. De donor kan daar nog steeds voor kiezen. Men spreekt in dit geval van het A-(anoniem) loket. Tegenwoordig kan de donor er ook voor kiezen om op termijn wel te vinden te zijn voor kinderen die met zijn sperma zijn verwekt. Dit wordt het B-(bekend) loket genoemd. In dat geval kan een kind vanaf het zestiende jaar via een notaris een verzoek indienen om de naam van de donor te achterhalen.
terug