wiegendood

Wiegendood treedt meestal op bij zuigelingen tussen de tweede en de vierde maand. In uiterst zeldzame gevallen komt wiegendood voor bij baby's jonger dan zes weken of ouder dan zes maanden. De kans op wiegendood is ongeveer 1 op 500. Jongens hebben over het algemeen meer kans en er worden meer gevallen gesignaleerd in de winter dan in de zomer. Veel meer zinnigs is er nauwelijks te melden over dit fenomeen want de oorzaak is nog altijd niet bekend. Vermoed wordt dat er verschillende oorzaken zijn.

Het naleven van een aantal vuistregels vermindert de kans op wiegendood:

  • Leg je kind op zijn rug en niet op de buik (tenzij je arts anders aanraadt).
  • De temperatuur van de slaapkamer mag niet te hoog zijn. Hooguit achttien graden.
  • Zorg ervoor dat hij het niet te warm of te koud heeft. De meeste jonge kinderen zijn immers veel gevoeliger voor temperatuurschommelingen dan volwassenen.

  • Stop je kind niet te warm onder. Verkies een laken en een deken boven een donsdeken. Uiteraard mag het gezicht van je kind nooit worden bedekt. Een prima alternatief voor laken en deken is de trappelzak. Vermijd ook dat de wieg van je kind in de onmiddellijke nabijheid van een warmtebron staat. Zo mag een reiswieg bijvoorbeeld nooit op een vloer met grondverwarming worden geplaatst. En leg nooit een elektrisch deken, kersenpittenkruik of warmwaterkruik bij je baby. Die geven teveel warmte af.

  • Voor het overige beddengoed (matras, matrasbeschermer,..) vermijd alle plastic bekleding en andere ondoorlaatbare materialen. Het matras van de wieg of het bed mag ook niet te slap zijn.
  • Een stabiel babybed is op zich veiliger dan een wieg. De afstand tussen de tralies van het bed mag niet meer dan zes centimeter bedragen.
  • Verwijder kettingen, fopspeentouwtjes, plastic zakken, pluchen dieren en kussens uit het bedje.. Heel belangrijk is dat je kind vrij kan bewegen in zijn bed of wieg.
  • Kijk na een hevige huilbui altijd hoe je kind in slaap viel.

<< terug